Fender Rhodes uit het atelier van Herman Brood

Vandaag heb ik ‘Ray’ weer eens gekeken. De film over Ray Charles Robinson’s leven. Ik heb zitten genieten en ben daarna gelijk weer achter mijn eigen piano gedoken met een shitload aan inspiratie. Of er nu veel productiefs uit is gekomen zal ik morgen pas achter komen. Ik heb vooral veel tunes, licks, themaatjes, riedels en loopjes uitgeprobeerd. Met het nodige succes wel, maar wat er uiteindelijk van blijft hangen weet ik niet. Ik schrijf niks op, zie je. Ik maak dingen in de hoop dat ze goed genoeg zijn om mijn zeer kritische korte termijngeheugen te overleven.

‘Ray’ is geweldig. Ray zelf trouwens ook. Naast dat de man heel veel heeft betekent voor de Rythm & Blues, Jazz en popmuziek in het algemeen, was hij op het laatste ook nog eens niet zo’n saaie suflul als al die andere muzikanten die muziekhistorie hebben geschreven. Figuren die zo ver gaan in het perfectioneren van popmuziek (en wat daar omheen hangt) dat de muziek alleen goed luisterbaar is, maar geen bezieling meer uitdraagt. Dat kan ook niet als meneer of mevrouw muzikant voor elk pietepeuterig nootje of akkoordje een bestaansrecht of verantwoording probeert te zoeken. Ray straalde aan alle kanten uit dat hij het heerlijk vond om gewoon even achter zijn toetsen te gaan zitten, ook al deed hij het voor z’n brood.

En laten we eerlijk zijn, het is toch ook gewoon supertof en even lekker te rammen op je toetsen? En als het saai wordt, flikker je een pot verf over je piano, schrijf je je naam met wijsvinger in de verf en ga je door met spelen. Dat is kunst. Jaren later komt er dan iemand voorbij die ook van pianospelen houdt en een berichtje schrijft over toetsen met een foto van jouw piano.

Ode aan Herman:

“Je toetsen zijn blauw, ik denk dat het de blues is”

Plaats een reactie

*
*